Definities

Bio-elektrische impedantie

Een meetmethode welke het vetgehalte van het lichaam bepaald. Er wordt een zwakke elektrische stroom door het lichaam gestuurd welke niet is te voelen. Spieren, bloedvaten en bot zijn lichaamsweefsels die veel water bevatten en gemakkelijk elektriciteit geleiden. Vet is een lichaamsweefsel is een weefsel dat minder geleidend is, waardoor het percentage te meten is. 

BMI

Afkorting van Body Mass Index. Dit is de verhouding tussen lengte en gewicht (gewicht in kg / (lengte in m x lengte in m)). Het is een maat om een indicatie te krijgen of uw gewicht gezond is. De BMI waarde is voor alle leeftijden geldig van 2 tot 70 jaar. Echter zijn er uitzonderingen, bijvoorbeeld body builders met een grote spiermassa zullen zwaarder wegen, maar geen overgewicht hebben. Ook zwangere vrouwen moeten niet worden gemeten via de BMI. Als iemand een BMI heeft van 22, wordt dit gezien als ‘ideaal’ gewicht.

BMI

Betekenis

< 18,5

Ondergewicht

18,5 – 24,9

Gezond gewicht

25.0 – 29.9

Overgewicht

> 30.0

Ernstig overgewicht

 

Bouwstoffen

Voedingsstoffen die men nodig heeft voor groei en onderhoud van het lichaam. De belangrijkste bouwstof van het lichaam is eiwit (proteïne).

Brandstoffen

Voedingsstoffen die ervoor zorgen dat het lichaam energie heeft. De belangrijkste brandstoffen zijn koolhydraten en vetten. 

Energiebalans

Balans in de energie die binnenkomt en die wordt verbruikt. Wanneer de energiebalans niet in balans is, kan er over- of ondergewicht onstaan. 

Jo-jo effect

Het sterk omhoog en omlaag schommelen van je gewicht. Vaak gebeurt dit na extreem diëten, te snel afvallen, het terugvallen in het oude voedingspatroon etc. Dit effect treedt op doordat het lichaam gedurende een periode weinig voeding of bepaalde voedingsstoffen tot zich neemt. Het lichaam gaat in automatische spaarstand omdat deze automatisch een seintje krijgt dat het zuinig aan moet doen met energie. Wanneer men weer normaal gaat eten, gaat het lichaam de voeding opslaan voor slechtere tijden. Om dit effect te voorkomen, is het veel gezonder om 500 – 1000 gram per week af te vallen. 

Koolhydraten

Voedingsstoffen die het lichaam gebruikt als brandstof. Koolhydraten geven het lichaam dus energie. Vooral voor de rode bloedcellen en de hersenen zijn koolhydraten erg belangrijk. Als je te weinig koolhydraten binnenkrijgt, dan gebruikt het lichaam spiereiwit als energiebron. Dat wil je voorkomen want dat gaat ten koste van je spieren. Bij volwassenen moet tussen 40% - 70% van de dagelijkse calorie inname uit koolhydraten komen. 

Lichaamscompositiemeter

Een weegschaal welke het lichaamsvetpercentage, viscerale vet waarde, BMI en gewicht in kilogrammen meet. Het lichaamsvetpercentage wordt bepaald aan de hand van bio-elektrische impedantie. Het is met deze weegschaal aanbevolen 2 uur na het eten/drinken of baden te wegen/meten. Mensen met een pacemaker mogen deze weegschaal niet gebruiken.

Lichaamsvetpercentage

Benaming voor het gewichtspercentage aan vetten ten opzicht van het totaalgewicht. Een gezond percentage is afhankelijk van geslacht en leeftijd.

Vrouwen:

Leeftijd

Te laag

Goed

Te hoog

Veel te hoog

20-39

< 21%

21% - 33%

33% - 39%

> 39%

40-59

< 23%

23% - 34%

34% - 40%

> 40%

60-79

< 24%

24% - 36%

36% - 42%

> 42%


Mannen:

Leeftijd

Te laag

Goed

Te hoog

Veel te hoog

20-39

< 8%

8% - 20%

20% - 25%

> 25%

40-59

< 11%

11% - 22%

22% - 28%

>28%

60-79

< 13%

13% - 25%

25% - 30%

> 30%

Maaltijdvervangers

Product binnen de productgroep ‘afslankproducten’ en productcategorie ‘voedingssupplementen’. Deze vervangen een gerecht (meestal ontbijt en lunch) door een lagere calorische waarde voor een beperkte energie-inname.

Nadelen : eentonig, zeer grote kans op jojo-effect, geen blijvende verandering in voedingspatroon en levensstijl, je lichaam gaat op spaarstand waardoor er meer visceraal vet wordt opgeslagen.

Middelomtrek

Een maat voor de hoeveelheid vet in de buikholte. Lengte speelt geen rol met de middelomtrek meting. De middelomtrek wordt gemeten op het smalste deel van het middel; tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. Onderstaande tabel geldt voor volwassenen tussen 18 - 60 jaar.

Middelomtrek man

Middelomtrek vrouw

Beoordeling & advies

< 79 cm

< 68 cm

Ondergewicht

< 94 cm

< 80 cm

Goed gewicht

94 – 102 cm

80-88 cm

Nog geen verhoogd risico maar de gevarenzone komt in beeld.

> 102 cm

> 88 cm

Overgewicht

Subcutaan vet

Vet wat zich vlak onder de huid bevindt., voornamelijk bij de maag, bovenarmen, heupen en dijen. Subcutaan vet zorgt voor meer psychologische problemen dan visceraal vet omdat subcutaan vet van de buitenkant goed te zien is. Subcutaan vet wordt dan ook wel ‘zichtbaar vet’ genoemd.

Visceraal vet

Vet wat zich heeft gevormd rondom de organen met als functie onze organen te beschermen. Wordt ook wel buikvet of onzichtbaar vet genoemd. Mensen met een gezond gewicht kunnen ook een teveel aan visceraal vet hebben. Zelfs zo’n 40% van  mensen met een gezonde BMI hebben een teveel aan visceraal vet.  Het gevaar van dit soort vet is dat de organen in verdrukking komen waardoor deze hun functie niet meer optimaal kunnen uitoefenen. Vooral visceraal vet rondom de lever is risicovol. De gezondheidsrisico’s bij visceraal vet zijn hoger dan bij subcutaan vet. Wat een gezonde viscerale waarde is, ligt aan de meter die wordt gebruikt. Bij de meter die ik in mijn praktijk gebruik is een waarde tussen 1 -9 gezond. Een waarde boven de 9 is ongezond.

Risico’s : kortademigheid, hoge bloeddruk, verminderde orgaanfuncties, hart- en vaatziekten, diabetes 2, verhoogd cholesterol, verstoorde stofwisseling, slaap apneu, dementie en bepaalde vormen van kanker (slokdarm, schildklier, dikke darm, nier, galblaas en baarmoeder). 

Voedingsstoffen

Stoffen die wij uit onze voeding halen welke door het lichaam worden gebruikt als bouwstoffen, brandstoffen en regulerende stoffen.

Obesitas

Extreem overgewicht. Men spreekt van obesitas wanneer de BMI boven de 30 uitkomt. Is de BMI hoger dan 40, dan spreekt men van morbide obesitas. Bij overgewicht is de BMI tussen de 25 - 30. Bij obesitas wordt de kans op hoge bloeddruk, hartfalen, gewrichtsproblemen, diabetes type II verhoogd ten opzicht van overgewicht. 

Overgewicht

Overgewicht betekent dat je meer weegt, dan dat gezond voor je is. Dit gebeurt wanneer je langdurig meer energie binnenkrijgt, dan dat je verbruikt. De energiebalans is verstoord. Men spreekt van overgewicht wanneer de BMI tussen de 25 - 30 zit.

Risico's : diabetes type II, hart- en vaatziekten (beroerte, hartfalen, infarct), aandoeningen van de galblaas, aandoeningen van het bewegingsstelsel, aandoeningen van de ademhalingswegen, onvruchtbaarheid, depressie, (sociale) angststoornissen, bepaalde vormen van kanker (slokdarm, alvleesklier, dikke darm, galblaas, baarmoeder, nier en borst)